Het importeren van ingrediënten uit het buitenland kent een lange geschiedenis. Reeds in de 16e eeuw importeerde de Verenigde Oost Indische Compagnie allerlei kruiden en specerijen uit Indonesië, zoals witte peper, nootmuskaat en kruidnagelen. Tegenwoordig is het Verre Oosten nog altijd dé bron van vele basisingrediënten. Ook Go-Tan heeft haar basis in Azië liggen. Al vele jaren onderhoudt zij relaties met producenten aldaar. Deze langlopende relaties zijn van groot belang om een goede continuïteit van de kwaliteit te waarborgen, die voldoet aan de eisen van de Europese Unie. Door goede samenwerking is het mogelijk om producten te importeren die gemaakt zijn op basis van goede ingrediënten en processing. Onze zorg voor het product begint dus bij de oorsprong, dat wil zeggen bij het verwerken van de basisgrondstoffen.
Tijdens onze (verkennings)reizen wordt veel aandacht besteed aan producten die reeds in Azië aanwezig zijn. Gezamenlijk wordt bepaald of producten eventueel geschikt zijn voor de Europese markt. Daarbij is het van belang dat de authenticiteit van het product behouden blijft. Een voorbeeld hiervan is emping melindjo. Dit is een nootje dat wordt geplet en nadien gedroogd. In Indonesië wordt dit geplette nootje genuttigd als snack (gebakken product) of als topping over de maaltijd, zoals over gado-gado. Go-Tan importeert deze grondstof en bakt en verpakt het in haar eigen fabriek in Kesteren.
Behalve kroepoek pakketten worden ook andere producten geïmporteerd uit Azië. Een voorbeeld is Miehoen (rijst vermicelli). Kruiden worden tegenwoordig voor het grootste deel gekocht bij grote importeurs in Europa.






